24-08-2020

Leren van wateroverlast

In 2018-2019 hebben Tauw en ORG-ID (Robert de Graaff, Martijn Thijssen) in opdracht van STOWA de door waterschappen uitgevoerde evaluaties van opgeschaalde wateroverlastgebeurtenissen laten analyseren. Het betrof ca 70 evaluaties in de periode 2010-2018. Dit rapport bevat de conclusies en aanbevelingen van deze analyse. Belangrijkste conclusie: waterschappen zijn op dit moment prima in staat adequaat op te treden. Maar blijft dat ook zo, tegen de achtergrond van klimaatverandering? Het rapport geeft aanbevelingen voor verbetering.

Met enige regelmaat treden er wateroverlastsituaties op. De verwachting is dat dergelijke situaties in de toekomst door klimaatverandering vaker gaan voorkomen. Waterschappen willen zich goed voorbereiden op overlastsituaties en leren van eerdere overlastgebeurtenissen. De afgelopen jaren hebben waterschappen om die reden regelmatig wateroverlastsituaties in hun eigen beheersgebieden geƫvalueerd. Welke lessen kunnen we hier vervolgens met elkaar uit trekken? In dit STOWA-rapport zijn de evaluaties die waterschappen de afgelopen tien jaar hebben uitgevoerd samengenomen en geanalyseerd. Dit geeft inzicht in de wijze waarop waterschappen tot dusver met wateroverlast omgaan. Maar ook wat er mogelijk te verbeteren valt.

De belangrijkste conclusie is dat waterschappen goed zijn georganiseerd om tijdens wateroverlastsituaties adequaat op te treden. Toch zijn er ook verbeteringen mogelijk, zowel qua organisatie, communicatie als op het gebied van watersysteemkennis.

Waterschappers hebben een grote bereidheid om tijdens wateroverlast alles te doen wat in hun vermogen ligt om problemen te beperken. Die bereidheid tot actie komt echter onder druk te staan naarmate de crisissituatie voortduurt. Een belangrijke reden daarvoor is dat vaak een (te) beperkt aantal mensen van de organisatie betrokken is bij het beheersen van wateroverlastsituaties.

Communicatie wordt ook gezien als een belangrijk aandachtspunt, zoals het vooraf maken van duidelijkere afspraken met andere overheden en private partijen over rol en verantwoordelijkheden bij een wateroverlastcalamiteit.

Tot slot: waterschappen worden nog wel eens verrast door wateroverlastsituaties, onder meer door verkeerde voorspellingen. Door meer kennis te ontwikkelen over weersverwachtingen kan adequater worden opgetreden. Maar ook door via hydrologische modellering nog beter inzicht te krijgen in de werking van watersystemen onder extreme situaties en de effectiviteit van mogelijke maatregelen.

Vervolg op Leren van Wateroverlast
De opbrengst van de analyse van de evaluaties van opgeschaalde wateroverlast waren van dien aard dat STOWA aan Tauw, ORG-ID en Geldof c.s. heeft gevraagd om te onderzoeken hoe waterschappen en samenwerkende overheden nog meer kunnen leren hun van ervaringen met opgeschaalde wateroverlast. Dit onderzoek loopt.

Algemeen

In 2018-2019 hebben Tauw en ORG-ID (Robert de Graaff, Martijn Thijssen) in opdracht van STOWA de door waterschappen uitgevoerde evaluaties van opgeschaalde wateroverlastgebeurtenissen laten analyseren. Het betrof ca 70 evaluaties in de periode 2010-2018. Dit rapport bevat de conclusies en aanbevelingen van deze analyse. Belangrijkste conclusie: waterschappen zijn op dit moment prima in staat adequaat op te treden. Maar blijft dat ook zo, tegen de achtergrond van klimaatverandering? Het rapport geeft aanbevelingen voor verbetering.

Met enige regelmaat treden er wateroverlastsituaties op. De verwachting is dat dergelijke situaties in de toekomst door klimaatverandering vaker gaan voorkomen. Waterschappen willen zich goed voorbereiden op overlastsituaties en leren van eerdere overlastgebeurtenissen. De afgelopen jaren hebben waterschappen om die reden regelmatig wateroverlastsituaties in hun eigen beheersgebieden geƫvalueerd. Welke lessen kunnen we hier vervolgens met elkaar uit trekken? In dit STOWA-rapport zijn de evaluaties die waterschappen de afgelopen tien jaar hebben uitgevoerd samengenomen en geanalyseerd. Dit geeft inzicht in de wijze waarop waterschappen tot dusver met wateroverlast omgaan. Maar ook wat er mogelijk te verbeteren valt.

De belangrijkste conclusie is dat waterschappen goed zijn georganiseerd om tijdens wateroverlastsituaties adequaat op te treden. Toch zijn er ook verbeteringen mogelijk, zowel qua organisatie, communicatie als op het gebied van watersysteemkennis.

Waterschappers hebben een grote bereidheid om tijdens wateroverlast alles te doen wat in hun vermogen ligt om problemen te beperken. Die bereidheid tot actie komt echter onder druk te staan naarmate de crisissituatie voortduurt. Een belangrijke reden daarvoor is dat vaak een (te) beperkt aantal mensen van de organisatie betrokken is bij het beheersen van wateroverlastsituaties.

Communicatie wordt ook gezien als een belangrijk aandachtspunt, zoals het vooraf maken van duidelijkere afspraken met andere overheden en private partijen over rol en verantwoordelijkheden bij een wateroverlastcalamiteit.

Tot slot: waterschappen worden nog wel eens verrast door wateroverlastsituaties, onder meer door verkeerde voorspellingen. Door meer kennis te ontwikkelen over weersverwachtingen kan adequater worden opgetreden. Maar ook door via hydrologische modellering nog beter inzicht te krijgen in de werking van watersystemen onder extreme situaties en de effectiviteit van mogelijke maatregelen.

Vervolg op Leren van Wateroverlast
De opbrengst van de analyse van de evaluaties van opgeschaalde wateroverlast waren van dien aard dat STOWA aan Tauw, ORG-ID en Geldof c.s. heeft gevraagd om te onderzoeken hoe waterschappen en samenwerkende overheden nog meer kunnen leren hun van ervaringen met opgeschaalde wateroverlast. Dit onderzoek loopt.

Algemeen